Bij Kon. Besluit van 13 april 1940 zijn met ingang van dien datum de volgende gebieden in staat van beleg verklaard: (zie aantekening 1 nov., 1939) De provincien enz. De provinice Noordbrabant, met uitzondering van Boxtel, Dinteloord en Prinsland, Dongen, Drunen, Eindhoven, Esch, Fijnaart e.a. Geertruidenberg, Geffen, Gelderop, ‘s-Gravenmoer, Haaren, Heesch, Helvoirt, Liempde, Lithoyen, Loon op Zand, Nieuw-Vossemeer, Nuland, Oosterhout, Oss, Oudenbosch, Oud en Nieuw-Gastel, Ooyen, Teefelen, Raamsdonk, Rosmalen, St. Michiels-Gestel, St. Oedenrode, Sprang-Capelle, Standdaarbuiten, Steenbergen en Kruisland, Stiphout, Terheijden, Udenhout, Vlijmen, Vught, Waalwijk, Waspik en Zevenbergen.